De knoppenbalk Document
Net als de meeste andere apps heeft OmniPlan bovenaan het OmniPlan-projectvenster een knoppenbalk voor documenten met knoppen voor commando's die u vaak gebruikt. De balk bevat een standaardset veelgebruikte knoppen die u kunt aanpassen door knoppen toe te voegen en te verwijderen.

Naast de knoppenbalk Document, zijn er afhankelijk van uw systeem- en weergave-instellingen andere knoppenbalken beschikbaar die u kunt gebruiken voor snelle toegang tot algemene app-functies: het documentoverzicht en de Touch Bar.
De knoppenbalk aanpassen
Kies Weergeven > Pas knoppenbalk aan om het venster voor het aanpassen van de knoppenbalk te openen. Dit venster bevat een volledige lijst van de beschikbare knoppen, afstanden tussen de knoppen en weergaveopties voor de knoppen. Wijzigingen in de knoppenbalk van het huidige document zijn van toepassing op alle OmniPlan-documenten.
Als u de standaard knoppenbalk wilt herstellen, sleept u deze van onderaan het aanpassingsvenster naar de knoppenbalkruimte van het document.
Gereedschappen knoppenbalk
De volgende knoppen zijn beschikbaar voor het aanpassen van de knoppenbalk.
Sommige knoppen op de knoppenbalk hebben verschillende functies afhankelijk van of u op de knop klikt of de knop ingedrukt houdt.

Deze knoppen zijn te herkennen aan een vinkje in de rechter onderhoek. Klik op dit vinkje om het secundaire menu van de knop te openen (meestal een vervolgkeuzemenu).
Sommige knoppen hebben ook extra functies die beschikbaar zijn met Option-Klik. Bij deze knoppen verandert het knoppictogram als u op de Option-knop drukt.
Weergave 
Gebruik de Weergaveschakelaar om te wisselen tussen de beschikbare weergaven in OmniPlan: projectopbouwweergave, Gantt-weergave, netwerkweergave en bronweergave.
Kritiek pad 
Met de knop Kritiek pad kunt u de kritieke paden van de projectmijlpaden weergeven en verbergen. Gebruik het vervolgkeuzemenu van de knop (of houd de knop ingedrukt) om te kiezen van welke mijlpalen u de paden wilt weergeven. Kritieke paden zijn alleen beschikbaar in het Gantt-diagram, zie Kritieke paden gebruiken voor meer informatie.
Filter 
Met de knop Filter kunt u aangepaste filters maken en toepassen op taken in het project. Als een filter is toegepast, worden alleen taken weergegeven die voldoen aan de criteria (alle andere taken worden verborgen). Wanneer er een filter is toegepast, verschijnt er bovenaan de weergave een meldingsbalk met informatie over het bereik van het filter en opties om het filter te bewerken, verwijderen en vernieuwen.
Gebruik het vervolgkeuzemenu van de knop (of houd de knop ingedrukt) om een opgeslagen filter te kiezen, een nieuw filter te maken of het huidige filter te verwijderen of te bewerken.
Publiceer (Pro) 
Met de knop Publiceer in OmniPlan Pro kunt u lokale wijzigingen in een project pushen naar een gedeelde synchronisatieopslagplaats op de server. Gebruik het vervolgkeuzemenu van de knop (of houd de knop ingedrukt) om losse publicatieacties te selecteren of de Opties voor synchroniseren en delen te openen.
Zie Samenwerking met meerdere gebruikers (Pro) voor meer informatie.
Vernieuw (Pro) 
Met de knop Vernieuw in OmniPlan Pro kunt u wijzigingen uit een project op een gedeelde synchronisatieopslagplaats op de server ophalen voor uw lokale projectversie. Gebruik het vervolgkeuzemenu van de knop (of houd de knop ingedrukt) om losse vernieuwingsacties te selecteren of de Opties voor synchroniseren en delen te openen.
Zie Samenwerking met meerdere gebruikers (Pro) voor meer informatie.
Nivelleer 
Met de knop Nivelleer kunt u taken automatisch opnieuw ordenen voor optimale efficiëntie.
Werk bij 
Met de knop Werk bij kunt u een taak voltooien op de huidige datum (of een andere voltooiingsdatum kiezen). Zie Voltooiing van taken bijwerken voor meer informatie.
Plan opnieuw 
Met de knop Plan opnieuw kunt u de planning bijwerken van taken die op de huidige datum (of een andere datum) nog niet voltooid zijn. Zie Onvoltooide taken opnieuw plannen voor meer informatie.
Voeg toe 
Met de knop Voeg toe kunt u een nieuwe gelijkwaardige taak of bron toevoegen onder de onderste geselecteerde taak of bron (of onderaan het project als er niets is geselecteerd).
Voeg onderliggend niveau toe 
Met de knop Voeg onderliggend niveau toe kunt u een nieuwe taak of bron en nieuwe hiërarchische laag toevoegen onder de onderste geselecteerde taak of bron (of onderaan het project als er niets is geselecteerd). Dat item wordt een groep met de nieuwe taak of bron (als het nog geen groep is).
Voeg afhankelijke toe 
Met de knop Voeg afhankelijke toe kunt u onder de onderste geselecteerde taak een nieuwe taak toevoegen die is verbonden met een Einde > Begin-afhankelijkheid.
Voeg mijlpaal toe 
Met de knop Voeg mijlpaal toe kunt u een nieuwe mijlpaal toevoegen onder de onderste geselecteerde taak of bron (of onderaan het project als er niets is geselecteerd).
Verwijder 
Met de knop Verwijder kunt u de geselecteerde items verwijderen uit het project.
Simulaties (Pro) 
Met de knop Simulaties in OmniPlan Pro kunt u geschatte inspanningen toewijzen aan geselecteerde taken en Monte Carlo-simulaties uitvoeren op basis van deze schattingen.
Rapporten (Pro) 
Met de knop Rapporten in OmniPlan Pro kunt u het rapportvenster openen.
Groepeer 
Met de knop Groepeer kunt u een nieuwe groepstaak of bron maken met de geselecteerde items.
Splits 
Met de knop Splits kunt u de geselecteerde taak splitsen.
Koppel taken 
Met de knop Koppel taken kunt u de geselecteerde taken koppelen met Einde > Begin-afhankelijkheden. Gebruik het vervolgkeuzemenu van de knop (of houd de knop ingedrukt) om een ander afhankelijkheidstype te kiezen of afhankelijkheden te verwijderen van de geselecteerde taken.
Ontkoppel taken 
Met de knop Ontkoppel taken kunt u afhankelijkheden verwijderen van de geselecteerde taken.
Toewijzing 
Met de knop Toewijzing kunt u brontoewijzingen voor de geselecteerde taken bekijken en instellen.
Basislijn/Werkelijk 
In het menu Basislijn/Werkelijk kunt u een modus kiezen om taken te bekijken en het werkelijke projectschema te vergelijken met verschillende basislijnmodellen voor het project. Zie De voortgang meten met basislijnen voor meer informatie.
Stel basislijn in 
Met de knop Stel basislijn in kunt u een momentopname maken van de projectvoortgang om later te vergelijken met de werkelijke voortgang. Zie De voortgang meten met basislijnen voor meer informatie.
Inspecteer 
Met de knop Inspecteer kunt u de infovensters aan de rechterzijde van het projectvenster weergeven of verbergen.
Fouten 
Met de knop Fouten kunt u het venster Fouten weergeven of verbergen.
Volg wijzigingen (Pro) 
Met de knop Volg wijzigingen kunt u wijzigingen bijhouden die door iedereen worden gemaakt in een gedeeld project. Zie Wijzigingen bijhouden voor details.
Lettertypen 
Met de knop Lettertypen opent u het venster Lettertypen waar u lettertypen en andere stijlkenmerken kunt selecteren voor het project.
Kleuren 
Met de knop Kleuren opent u het venster Kleuren waar u kleuren kunt selecteren voor verschillende stijlkenmerken van het project.
Druk af 
Met de knop Druk af opent u het dialoogvenster Druk af van OmniPlan voor het huidige project.
Toon console (Pro) 
Met OmniPlan Pro kunt u met de knop Toon console de Omni Automation JavaScript-console openen. Ga naar de website van OmniPlan Automation voor voorbeelden van plug-ins en voor meer informatie over scripting voor OmniPlan.
Tussenruimte 
Sleep het vakje Tussenruimte naar een plek op de knoppenbalk om een tussenruimte met een vaste breedte toe te voegen tussen twee knoppen. (De tussenruimte is ongeveer even groot als een knop.)
Flexibele ruimte 
Sleep het vakje Flexibele ruimte naar een plek op de knoppenbalk om een tussenruimte met een flexibele breedte toe te voegen tussen twee knoppen. (De tussenruimte wordt groter of kleiner afhankelijk van het aantal knoppen aan elke zijde en de breedte van het projectvenster.)
Het documentoverzicht
De werkbalk heeft een optionele partner, het documentoverzicht, een horizontale balk met een compacte weergave van het Gantt-diagram. Het overzicht verschijnt wanneer u Weergave > Toon overzicht kiest. Het overzicht biedt u een fantastische manier om snel een overzicht te krijgen van uw volledig project, ongeacht de weergave waarin u zich bevindt.
In de Gantt- en bronweergaven biedt het overzicht ook een alternatieve manier om door uw project te browsen. Klik en sleep het selectievakje om te scrollen door het Gantt-diagram of de brontijdlijn van de hoofdweergave.
De Touch Bar aanpassen
Als uw Mac dit ondersteunt, kunt u voor OmniPlan de Touch Bar gebruiken voor snelle toegang tot handige tools en knoppen.
Als er in de Gantt- of bronweergave geen taak is geselecteerd, geeft de Touch Bar een overzicht weer van het Gantt-diagram of de brontijdlijn (hetzelfde als met Weergave > Toon overzicht) en knoppen voor het nivelleren, voltooien en opnieuw plannen van taken op basis van de huidige projectstatus.
Als er een taak is geselecteerd, wordt de Touch Bar aangepast en biedt deze contextuele knoppen voor controle en toewijzing van bronnen voor de taak.
De taakduur wordt aangegeven door witte vinkjes onder de bron. Een groene balk tussen de vinkjes geeft aan dat de bron is toegewezen aan de geselecteerde taak en een blauwe balk tussen de vinkjes geeft aan dat de bron op dat moment is toegewezen aan een andere taak. Een blauwe balk links of rechts van de vinkjes geeft aan dat de bron is toegewezen aan een aansluitende taak en een rode balk geeft aan dat de bron is overbelast.
Tik in dit overzicht op de bron in de Touch Bar om deze toe te wijzen aan de geselecteerde taak (of de toewijzing op te heffen).
Net als bij de knoppenbalk, kunnen ook aan de Touch Bar veel verschillende knoppen van OmniPlan worden toegewezen. U kunt de Touch Bar naar wens configureren via Weergave > Pas Touch Bar aan.